LENTE

Het eerste lentezonnetje, of spreek ik midden februari beter over een deugddoende winterzon, heeft ons naar buiten gelokt met een mooi vooruitzicht op een verkwikkende wandeling. Bij normale temperatuur zou het niet mogelijk zijn buiten te komen zonder muts en handschoenen. Dus is dit een moment om van de buitenlucht te profiteren. We zouden het ons achteraf kwalijk nemen wanneer we dit niet van deze geneugten geprofiteerd hadden.
Met dit gevoel zijn wij, mijn vriendin en ik, buiten gestapt zonder een traject uitgestippeld te hebben. De enige zekerheid die we voor onszelf hebben, is dat we buiten de stad willen komen. Vogels horen zonder brommende bijgeluiden, daar gaat onze aandacht naartoe. Via het ringfietspad, dat wij als voetganger ook graag gebruiken, kiezen we de richting van het Rivierenhof. Hoewel de autosnelweg daar nog steeds met een zoemend achtergrondgeluid vervelend blijft, is het er zalig vertoeven en kan je bij momenten in alle rust ongestoord van de pure natuur genieten.
De begroeiing langsheen de beken begint te kleuren en de eerste knopjes verschijnen. Er is nog geen kleurenweelde, de vrieskou drukt de eerste opstanding de grond in. Maar zo snel laten de eerste bloeiers zich niet ontmoedigen. Ze wachten niet tot de ijsheiligen gepasseerd zijn om zich in volle glorie te laten zien.
Eva en ik voelen ons bij deze temperatuur erg uitgelaten. De zonnestralen hebben ons al goed opgewarmd. De frisse wind, die alsnog regelmatig komt opzetten, laat ons soms kortstondig een koude rilling voelen. Toch niet voldoende om onze stemming te drukken. Om echter op een bank te gaan zitten genieten is de bries te hevig. Hij houdt ons wel wakker en oplettend, want zie ik dat daar nu wel goed? Mijn oog valt op een papiertje dat samengepropt tussen de struiken toch een tipje laat zien met cijfers op. Zie ik daar geen twee nullen? En het lijkt een paars bankbriefje. Een bankbriefje met twee nullen. Dat moet al minstens 100 euro zijn. Welke kleur heeft zo een biljet? Veel gebruik je die met 2 nullen niet. Is het biljet van 100 euro niet groen? Of geel? Of is dat het briefje van 200 euro. Bij 500 euro denk ik aan blauw, maar dat kan niet. Het meest gebruikte biljet is een blauw, dat van 20 euro. Dan is het mogelijk toch een van 500 euro. Wie heeft die kleuren uitgedacht? Hebben die misschien een betekenis?
Maar wie maakt er nu een prop van een biljet van 500 euro? Dat is wel een zeer ongewone manier om geld weg te bergen. Mogelijk zat dit bij iemand samen met de zakdoek. Hoeveel mensen zijn er niet die geld los in hun zakken hebben zitten. Maar een briefje van 500, dat kan toch niet. En toch lijkt het inderdaad dat voor die twee nullen een vijf staat. Ja, een punt boven en een krul daaronder. Wow, stel je voor. Dan gaan we straks toch een keer lekker eten. Eva wil al lang eens naar ’t Zilte, dat chique restaurant boven het MAS. En we hebben niet gereserveerd. Naar het schijnt kom je er ook niet met 500 euro voor twee. Maar er zijn andere uitstekende restaurants waar je met 500 euro wel gegeten hebt. De gevonden centen mogen wel in een keer op, vind ik. Dan mag het naar onze normen eenmaal buitensporig duur zijn. Wat zullen we dan aantrekken? In onze gewone kleren passeren we de portier mogelijk niet eens. En met dat briefje gaan zwaaien, dat doe je niet. Maar staat voor elk restaurant wel een buitenwipper? Hoe zou ik dat moeten weten. Zo sjofel zijn onze kleren nu ook weer niet. En doet dat er nog toe in de huidige tijd? De rijksten ter wereld zie je ook niet altijd in smoking? Bah, we zien wel. Ik wil toch iets buitensporigs doen. Je vindt niet altijd zoveel geld op straat. En die eenmaal mag je er dan van profiteren.
Had ik het nu gevonden terwijl ik alleen aan het lopen was, dan zou ik een pikant cadeau voor Eva kunnen kopen. Nu gaat dat natuurlijk niet, ze zal de vondst direct zien.
Om iets buitensporigs te kunnen doen, bijvoorbeeld gaan eten, zal ik het onmiddellijk moeten voorstellen. Als ik te lang wacht of twijfelend om haar mening vraag, gaat ze nadenken en zal ze verkiezen het geld bij te houden. En die ene keer wil ik er echt van profiteren.
Vooraleer het te kunnen uitgeven, moet ik dat briefje wel eerst pakken. Ik buk en tast naar mijn vondst. Ik krijg het niet onmiddellijk genomen, het zit wat vast tussen de struiken. Gelukkig, anders was het verder gevlogen en had ik het geluk niet aan mijn kant gehad. Ja, ik heb het te pakken. Voorzichtig, opletten dat het niet scheurt aan die kleine takjes.
Dromerig begin ik het glad te strijken. Hoe zal ik het aan Eva aanbieden?
“Wauw, wat ben je grappig. Ga je een nieuw huis kopen of zo?”

Eva schatert het uit. “Maar, ma…”, ik kom niet uit mijn woorden. Met verbazing in mijn ogen bekijk ik Eva en zie hoe zij naar het briefje wijst terwijl ze lacht. Vertwijfeld kijk ik naar mijn handen met het briefje monopolygeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *