DE WACHTZAAL


Een kind kan niet blijven zitten en de moeder heeft het opgegeven hem terecht te wijzen. Iedereen wordt aangesproken. Meestal vangt hij bot, ogen star vooruit blijven ze aan hun stoel gekluisterd.
          Meneer, heb jij ook pijn?
          Pijn, niet bepaald, jongen. Maar het is hier een ziekenhuis en ik denk dus wel dat er iets mis is met mij.
          Mijn mama heeft pijn, zegt ze.
          Oh, en daarom ben jij nu met je mama hier.
          Ja, dat denk ik. Maar ik ben niet ziek.
Als enige wilde ik wel een woordje met hem praten. Die steriele bedruktheid, dat gevoel mag wel even ontlopen worden. Het lijkt hier meer op een lijkwake.
          Wil jij met mij spelen? Ik verveel mij!
          Dat zal niet gaan, hé jongen. Ook ik zit hier te wachten.
          Milan, laat meneer eens met rust.
Mijn blik gaat naar de moeder die met een veel te strenge stem haar zoontje toeriep. Kan dat ook niet rustiger? En is het niet te begrijpen dat die jongen zich verveeld. Was het niet mogelijk voor een oppas te zorgen, of zijn ze hier voor hem, en niet voor haar? Met een sussend gebaar kijk ik haar even in de mooie groenbruine ogen. Een glimlach komt om haar lippen.
          De heer De Bruiker, de heer De Bruiker.
Ik sta op en volg de corpulente man in witte doktersjas. Ach, moet ik bij deze man …
          Tweede deur rechts – klinkt het bars – alleen je slip en kousen aanhouden.
Verdomd zeg, wat een hoffelijke begroeting. Moet ik deze man in volle vertrouwen mijn rugprobleem gaan beschrijven? Tweede deur rechts, een piepklein pashokje met alleen een kapstok en spiegel aan de muur. Zo kan ik straks controleren of ik het overleefd heb. De grijns om mijn lippen doen mezelf even schrikken. Zo ongerust? Mijn evenbeeld vertelt me meer dan ik zelf vermoed. Opletten of de spiegel barst.
          Gaat u maar liggen, mijnheer De Bruiker, het is voor uw rug zeker. Dan zullen we langs die kant beginnen.
De barse stem is verdwenen en deze aanspreking is met een zekere lach in de stem.
          Natuurlijk wordt u helemaal doorgelicht. Legt u zich maar op de rug, in het toestel zien wij u van alle kanten.
Mijn voeten schuiven het eerst naar binnen. Met mijn hoofd blijf ik buiten, voldoende zicht op het glas waarachter de dokter mij beveelt
          Even rustig ademen, en dan proberen stil te blijven. Dank u.
Langzaam schuif ik nog iets verder in een holle koker. Veel kan ik niet zien, ook mijn hoofd moet ik stil houden. Gelukkig, en dat is toch vreemd, heeft die dokter mij bijna ongemerkt, met twee riemen vastgegespt. Stil liggen is dan de enige mogelijkheid. Alleen mijn handen zijn vrij om te bewegen. Toch houd ik die ook stil, opdracht is opdracht. Hoe sneller ik hiervan af ben, hoe beter. En als er iets misloopt door mijn schuld, dan zal terug de barse stem tot mij spreken, vermoed ik.
Een gezoem weerklinkt. Verder gebeurt er schijnbaar niets. Is dat doorlichten? Er komt geen licht aan te pas. Even beweeg ik terug, verder de koker in. Een ander zoemend geluid geeft mij precies trillingen aan de onderrug. Dat zal dan het specifieke aan dit onderzoek zijn. Ik voel vreemde tintelingen in mijn rugspieren. Mijn buik heeft teveel spekvet, zouden ze daar door geraken? Mogelijk een nieuwe manier om te vermageren. Moet ik straks eens vragen of dat kan. Ik voel weer enkele snokjes en wordt terug naar mijn beginpositie geschoven. Lachend komt de dikkerd uit het glazen kantoor.
          Zo, mijnheer De Bruiker. U kan terug langs pashokje twee verdwijnen. De secretaresse aan de balie hierboven zal u een document geven waar u beneden de rekening mee kan betalen. Volgende week woensdag weet uw huisdokter de uitslag. Bedankt en tot een volgende keer.
Ondertussen ben ik bevrijd en kan ik nog net de uitgestoken hand van mijn goedlachse dokter drukken.
In het pashokje zie ik verwonderd in de spiegel. Was dat het? Zal die dokter zonder een hand naar mijn rug uit te steken, kunnen zegge wat er met dat lichaamsdeel misloopt? Dan heeft mijn huisdokter er al meer energie in gestoken. Zij heeft heel mijn rug handmatig gecontroleerd en zo vastgesteld dat ik naar deze specialist moest. Die laat dat zijn specialistendoos werken en zal op zijn computer mijn probleem kunnen vaststellen.
De spiegel blijft mij aanstaren, ik knipper met de ogen. Dit wordt beantwoord, waardoor ik mij zekerder voel. Mijn kleren passen nog en angstzweet voel ik niet.
Bij de balie komt de jongen naar mij toelopen.
          Alles goed met u, mijnheer? Met mij wel, heeft de dokter gezegd. Ik mag naar huis. Komt u bij mij spelen?
Lachend geef ik de jongen een hand terwijl de moeder vriendelijk naar mij wuift.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *