ONTSLAG

‘Zo, mijnheer Stoffels, kom binnen en zet u. U hier laten komen is nog niet veel gebeurd. Het is dan ook een speciale gelegenheid en u zult snel begrijpen waarom. Ik hoefde u hier niet te zien om te weten wat voor een medewerker u bent. Zo hoorde ik dat u steeds kritiek geeft op de nieuwe opdrachten die u worden gegeven. Wanneer u die snel zou uitvoeren, eventueel met opmerkingen, zou daar niets fout aan zijn. Jammer genoeg hoor ik zeggen dat de uitvoering steeds op zich laat wachten en dat u voor elke nieuwe handeling wel aanmerkingen kan vinden. U hebt hiervoor, naar het schijnt, ook een uitgebreide woordenschat, die ik best niet herhaal. Wanneer ik u die papegaai, zou u beschaamd zijn. Ja, u bent wel zeer snel met opmerkingen, toch zegt u altijd hetzelfde, mijnheer Stoffels. U beseft het zelf waarschijnlijk niet, maar wij horen altijd dezelfde verzuchting. U bent het hier beu, mijnheer Stoffels. U bent het beu en u durft dat niet openlijk zeggen. U zou nog liever elke dag, en dat een hele dag lang, zoals Charlie Chaplin in Modern Times, aan dezelfde schroeven blijven draaien. U verkiest dat boven de afwisseling die wij steeds weer proberen te brengen door nieuwe werkmethodes uit te proberen. Hierdoor kunnen wij sneller en beter resultaat verkrijgen. Dat zou ook u ten goede komen. Maar neen, u wilt niet mee evolueren. Geen afwisseling omdat het u gewoonweg niet interesseert. In onze concurrentiële wereld gaat dat niet op. Ook al proberen wij het u zo aangenaam mogelijk te maken, u blijft dezelfde valse viool bespelen. Mijnheer Stoffels, uw smeekbede van de laatste maanden wordt aanhoort, u kunt gaan. Verstaat u mij: u kunt gaan, nu, onmiddellijk!’