EROTIEK

Op een zwoele avond zitten Eva en Peter op een terras in de stad. Na enkele biertjes zoeken ze afwisseling. Het is duidelijk dat de temperatuur hen op velerlei manieren dorstig maakt. Hand in hand, bijna dartel springend, lopen ze naar de toog. Met haar hoofd tegen het zijne en haar arm rond zijn schouder, zoekt Eva mee iets pittiger op de kaart. Een onbekende naast hen zegt glimlachend: ‘Toch geweldig dat warm weer. Je zou je zo op vakantie wanen in een zuidelijk land. En jullie zouden nog meer plezier beleven.’ Zijn lach wordt nog breder, zijn lippen tuiten zich tot een klein fluitsignaal.
Peter neemt Eva bij de lenden, streelt zachtjes hoger. Terwijl hij zijn handen langs de onderkant van haar BH naar achter laat glijden, drukt hij haar stevig tegen zich aan en fluistert in haar oor: ‘Die kerel zegt daar wat. Geweldig moment om naar ons plekje te verhuizen.’
Met de pint aan zijn lippen kijkt de man van Peter naar Eva, terwijl zijn pretoogjes nadere uitleg vragen. Eva merkt dit en met bitse mond naast Peter ’s oor bijt ze net hard genoeg toe: ‘Zwijg onnozelaar. Zie die daar nu eens kijken. Laat mij ook maar wat meer los, ik wil bestellen.’
Met de drank in de hand verdwijnen ze naar de verlaten plaatsen buiten. Het glas tegen zijn lippen trekt hij een frons in zijn voorhoofd. Vervelende gedachten zweven door zijn hoofd: ‘Ik was weer te vrijpostig, daar moet ik toch echt op letten! Heb ik onze avond helemaal verknald? Wat ga ik nog te horen krijgen?’ Eva nipt van haar voorliefde. Duidelijk dat deze porto van 10 jaar haar bevalt. ‘Aiai, hoe spiedt ze tussen haar wimpers naar mij, dat belooft niet veel goeds.’ Met een bittere trek om haar mond neemt ze nog een slokje.
‘Tot nu hebben we “ons plekje” goed kunnen verzwijgen. Ook met vrienden erbij lukte dat heel goed. En nu…’
‘Sorry Eva, ik zal toch eens moeten leren te zwijgen als ’t nodig is.’
‘Ja, inderdaad. Zou je hem graag als gluurder hebben of zo?’ Langzaam verdwijnt de duisternis uit de blik van Eva. ‘Ach ja, hij kent ons niet. Bij vrienden moeten we opletten, die zouden wel eens verder durven vragen. Bij hen kon je tot nu goed op je woorden letten.’ Een glimlachje verschijnt op haar lippen. ‘Zelfs van jou heb ik mooie omschrijvingen gehoord waar niemand juist begreep waarover we het hadden.’
‘Ja, zoals Wim vorige week. Die dacht dat we op vakantie waren geweest. Hoe jij hem dan aanporde om zijn fantasie bot te vieren. Je was geweldig.’
‘Terwijl wij in stilte herinnerden. Ik hield jou in het oog. Je glimlach verraadde je warme droom. Je was schattig om te zien. Maar vooral: je zweeg.’
‘Gelukkig ja. Vanavond kon ik het niet laten.’
‘Daar herken ik je in. Soms ben je zo ondoordacht. Je zal het nooit leren. Maar ja, de warmte vanavond nodigt wel uit. Drink dat bier op, we zijn weg.’ Met haar tong tussen haar lippen knipoogt ze.

Tijdens deze warme zomer verdwenen ze al regelmatig in hun spelonk tussen de struiken. Met de bescherming van de overhangende takken genieten ze van de buitenlucht. Soms bespioneren ze wandelaars. Wanneer deze zich alleen wanen op dit romantisch pad, kunnen zij hun wilde dromen delen. Bij momenten gaat het er hevig aan toe, en worden zij opgewonden door de begluurde taferelen.
Ze beseffen wel dat ze zich gedeisd moeten houden in deze open omgeving. Dat maakt het natuurlijk nog wat spannender. Ze willen hun plekje zeker niet verraden, bij een volgend bezoek zouden ze dan op “belet” kunnen stuiten.
Bij het schemerduister vanavond is er niemand in de omgeving te zien. De avond nodigt meer uit om te verkoelen met een frisse drank. In het centrum waren de terrassen overal overvol vanavond. Het dokje ligt even buiten het centrum. Daar is het nu zeer rustig. Snel is Peter tussen de takken verdwenen. Eva is steeds voorzichtiger. Voor alle zekerheid overschouwt ze de omgeving vooraleer ze bij Peter op hun schoongemaakt vertrouwd bedje kruipt. Dan laat zij haar duivels los en trekt zijn shirt bruusk uit. Zijn handen jeuken ook. Haar hemdje is echter van fijn stof. Hij moet voorzichtiger zijn.
Plots horen ze een krakende tak. Peter stopt bij het derde knoopje en opent het kijkgat in de haag iets meer om in de directe omgeving de oorzaak te vinden. Een jong koppel heeft, niet zo ver van hun plekje, een stukje zachtheid gevonden. Ook Eva ziet ze en draait zich naar Peter, fezelt: ‘pffff, we waren net op tijd. Ik heb ze niet gezien, jij wel?’ Het tafereel boeit Peter. Die jongeren laten er geen gras over groeien. Ook zij hebben de handen onder elkaars kleren laten glijden. Ze kantelen recht terwijl ze de bovenkledij als triomf in de hoogte houden. Langzaam verdwijnen de kleren achter hun rug, zodat ze de handen weer vrij hebben om de nu naakte huid van de ander te strelen. Ook de monden zoeken elkaar terug op.
Peter zoekt de blinkende ogen van Eva. Zij begint zijn hoofdhaar te aaien. Glijdt met de toppen van haar wijs- en middenvinger achter zijn oor. Peter glijdt zijn handen over haar lichaam, kust haar neus zachtjes en met zijn tanden beroert hij even haar neuspuntje. Zacht glijden zijn lippen steeds dieper tot ze op stof stuiten. Knoopje per knoopje opent hij het bloesje van Eva verder. Telkens een stukje nieuw bloot zichtbaar komt, streelt hij zijn lippen over dit plekje. Meer naar beneden probeert hij met zijn mond een grotere knoop los te maken. Gewillig helpt Eva en ze gooit het rokje tegen een struik die een knappend geluid maakt. Snel brengt ze haar wijsvinger voor de mond. Uit voorzichtigheid loert Peter door het kijkgaatje. De buren zijn te intens bezig om iets te merken.
Peter en Eva volgen hun voorbeeld en vleien zich op een paar kledingstukken. Zijn blik bewondert haar rondingen. Haar hand streelt mijn hardheid. Ze glijden in een wilde roes van gelukzaligheid.

TREIN

‘Papa, waarom staat de trein stil?’
‘We mogen nog niet vertrekken, jongen. Het is nog geen tijd.’
‘Waarom is het nog geen tijd, papa. Tijd is er toch altijd?’
‘Voor deze trein is het nog niet de juiste tijd om te vertrekken. Daarom staan we nog stil.’
‘Papa, wanneer vertrekken we dan?’
‘Wanneer de conducteur aangeeft dat we kunnen vertrekken.’

‘Hoor, papa, een fluitje. Waarom fluiten ze in een station, papa?’
‘Dat was de conducteur, jongen. Zo weten we dat het tijd is om te vertrekken. Nu hoor je de deuren toegaan.’

‘Rijdt de trein altijd zo traag, papa?’
‘Wanneer die direct snel zou rijden, zou jij vallen, jongen. Ga maar zitten, seffens val je nog.’
‘Maar papa, de trein rijdt toch niet snel.’
‘Wacht maar, jongen.’

‘Ja papa, nu rijdt die wel snel. Zie, dat is plezant, hé. Nu is dat precies of alles traag is, hé papa.’
‘Ja jongen. Dat zal je later wel leren op school waarom dat zo lijkt. Natuurlijk stappen de mensen even snel als altijd. En die pilaren die staan nu wel stil ook, natuurlijk. En die trein rijdt trager dan de onze, maar dan staat die precies stil. Mooi om te zien, maar alles blijft wel normaal, zenne.’

‘Maar, maar. Nu rijdt die trein weer trager.’

‘Papa, waarom hebben die mevrouwen het nu zo warm?’

DING, DONG

‘Beste trainrazigers, we kommen oan in Broeksel. Dezen train stopt eerst in den Brussel Nor, …’

Leuke taal, een echte Broesseleir.

JANNEKE EN MIEKE

Janneke en Mieke gaan voor het eerst samen op vakantie. Oh, wat heerlijk om met zo’n ordinaire naam en begrip te beginnen. Zoals: Janneke zag eens pruimen hangen. Toch snoept hij deze van Mieke nu toch liever.

        Samen uit, samen thuis, dat zijn ze nu enkele maanden gewoon. Een onafscheidelijk koppel, een mooi koppel, onverwoestbare liefde, ze vullen elkaar mooi aan, die relatie zal lang meegaan. Deze complimenten hoorden ze meermaals. Prettig natuurlijk om in de omgeving zoveel supporters te hebben. Daardoor zijn ze er zelf ook stellig in gaan geloven. Soms liep het al wel eens fout en kan het een tijdje duren vooraleer het onweer overgedreven is. Niemand weet ervan, uiteraard. Hoe zou zo een passend koppel nu ooit in onmin kunnen leven? Op dergelijke momenten houden ze de schijn hoog, soms bijna met tranen in de ogen. Is dat veel gebeurd? Natuurlijk niet, het gaat echt goed tussen hen.

        Deze conflicten brengen hen ook dichter bij elkaar, dat ervaren ze zeer sterk. Ze gaan er wel geen ruzie voor zoeken, wanneer het ervan komt, kan het ook wat duren voor de mist is opgetrokken en communicatie terug gewenst is. Bij elk jong stel met toekomst hoort dit hij het groeiproces en kan dit regelmatig voorkomen. Ook voor deze vakantie was het van dat. Terwijl de vrienden hen geamuseerd staan uit te wuiven, weet Janneke niet welke richting hij zal nemen. Op internet vond Mieke een goede begeleiding om de reis voor te bereiden. Zij volgde het “niet-vergeten” en “to-do”-lijstje zeer trouw op. Uiteraard worden overbodige kampeerspullen voorgesteld. Hier hadden ze dan een kwisje voor gemaakt: wie kent de meeste andere merken die een dergelijk product hebben, of: wat is het nut van dit product. De fantasie had hen geholpen om andere, toch nuttige aankopen te doen.

        De tent en toebehoren, kledij voor warme en hopelijk weinig koude of regenachtige dagen, proviand om niet direct een winkel te moeten zoeken, alles zit mooi opgestapeld in hun bijna nieuwe auto. Met dat “bijna” is de discussie begonnen. Janneke wil het rustig aan doen. Het is vakantie en dan mag het tempo lager zijn voor hem. Zo wil hij ook de auto de tijd geven om zich als rijdend lijdend voorwerp te gaan gedragen. Daar moeten geen driloefeningen van overdreven snelheid, piepende inhaalmanoeuvres en andere zotternijen aan te pas komen. Mieke heeft van de garagist dan weer gehoord dat de auto van in het begin moet opgedreven worden tot hoger toerental, om niet te mak te worden. Daar wil Janneke wel voor zorgen, maar dan toch op een rustige manier.  En Janneke rijdt niet graag via “die ellendig eentonig lange autostrades, zonder afwisseling” naar het zuiden. Hij verkiest het rustig te doen via de secundaire wegen en de “route verte”. Zoveel aangenamere omgeving. Alleen zorgen de grote en veelvuldige ronde punten in Frankrijk, samen met de budgetrijders, wel voor filerijden. Daarbij zijn deze wegen niet zo afgevlakt, waardoor regelmatig een klimmetje moet getrotseerd worden. Dat moet dit wagentje toch aankunnen. Daarbij is de rustige rijstijl die Janneke zich aanmeet ook nog een voordeel om van de omgeving te genieten. Zoveel expertise en ervaring heeft hij wel, zo moest hij dit aan Mieke verzekeren.

        Zij is echter op haar hoede. Heeft de garagist niet gewaarschuwd om files en bergen te vermijden? Zij is er vast van overtuigd en geeft dan ook de voorkeur aan de autostrades. Dat is wel wat duurder, maar je bent wel sneller ter bestemming. Dat is toch ook prettig!

        Janneke vindt de bestemming ook wel leuk. Hij ziet het wel niet zo zitten om die ellendig lange, gladde, zonder afwisseling, op zachte ondergrond glijdende autostrades, te gebruiken. Wat een omgeving. Geen enkel dorp te zien en je bent zo in het zuiden. Je krijgt de tijd niet om met de afwisseling van de omgeving gedachten mee te krijgen. Van de werktijd overschakelen op de vakantietijd, die mag toch wat trager gaan.

        Mieke hield echter voet bij stuk. Ze wil zo snel mogelijk met Janneke de tent induiken om van de vrije tijd een extra warme, zoete, tedere en onvergetelijke gebeurtenis te maken.

        Dit opwindende vooruitzicht heeft Janneke echter niet kunnen overtuigen. Wanneer het moment een dag later zou vallen of niet, hij weet dat deze tijd onvergetelijk zal zijn. Hun eerste jaar samen was een gedroomde belevenis, de eerste gezamenlijke vakantie zal de kers op de taart zijn. Zijn kantoortijd werkte hij volautomatisch, de job was ondergeschikt geweest.

Ook voor Mieke waren de werkuren, uren van een vooruitzicht. Jammer genoeg vloog de tijd samen steeds te snel voorbij. Waar ze op haar kantoorstoel aan dacht, had ook minder met de job dan met de avond of het weekeinde te maken. Het was in feite zeer leuk die momenten enkele keren terug te beleven. Op die manier kon ze ook vriendelijk blijven tegen de mensen aan de andere kant van het loket. Soms moest ze zich wel concentreren wanneer de vraag niet over geld, maar over een krediet ging.

Gelukkig kan ze de klant dan meestal snel doorverwijzen naar een collega die hierover zijn specialiteit heeft gemaakt. Ook beleggingen kan ze voorlopig nog afwerken, hoewel ze zich hierover pas aan het bekwamen is. Meer en meer ziet ze minder en minder klanten om geld af te halen. Alleen de oudjes blijven zowat over. Toch moet ze die ook aanzetten om niet meer binnen te komen voor die futiliteit. Ze heeft er al verschillende op weg  geholpen met de nieuwe toestellen. Hierdoor wordt ze zelf stilaan overbodig, dat stemt haar droef. De jongeren kennen die automaten en gebruiken die spelenderwijs, soms letterlijk. Ook zij heeft nu speciaal voor deze reis haar kredietkaart laten aanpassen zodat ze sneller zullen geholpen worden. Voordeel van in de branche te werken en de nieuwigheden als proef mee te krijgen.

        Zo zit ze nu naast Janneke in zichzelf te mokken en zich af te vragen of ze de kaart bij de eerste péage zal kunnen gebruiken, of Janneke zal blijven doorrijden op deze sluipwegen. Ze moet wel toegeven dat ze al enkele grappige ronde punten zijn gepasseerd. Over enkele dagen volgt de tourkaravaan hen bijna volledig en dat is sterk te merken. Ook hier zijn het pas geasfalteerde wegen en snelheidsremmers op de weg zijn tijdelijk verwijderd. Ook zij voelt zich aangemoedigd door de wimpels, foto’s en geschilderde kreten op het wegdek. Soms rijdt Janneke zelfs te snel om alles te kunnen lezen. Ze kijkt haar ogen uit, hij concentreert zich om veilig te blijven.

        Met grote vochtige ogen kijkt Mieke Janneke aan. Achterovergeleund in de comfortabele zetel van deze luxueuze auto schitteren haar ogen terwijl ze haar blik een lange tijd niet van de lippen van Janneke kan weghouden, terwijl ze zelf met haar tong haar eigen lippen langs alle kanten bevochtigd. Onbewust? Haar armen rusten langs haar lichaam, de handen samengevouwen op het rechterbovenbeen. Inderdaad, ze leunt een beetje schuin met haar hoofd nog iets meer gebogen. Een vlieg zal het moeilijk hebben om haar uit die dromerige toestand te halen.

        Janneke blijft geconcentreerd vooruitblikken. Met flitsen bekijkt hij het naastgelegen landschap. Bij elk rond punt glimlacht hij tijdens het vertragen. Zijn ogen dwalen over weer een nieuwe inplanting, telkens met andere thema’s. Daartussen merkt hij ook de leuke, soms uiterst grappige verwijzingen naar de tour. Een boer uit stro, met houten klompen, volledig uitgedost in een wielertenue, zit op een oude damesfiets. Aan de pinnen van een riek, die omgekeerd aan het stuur vastgebonden is, hangt een rood-wit-blauwe vlag met de in zwarte verf aangebrachte woorden: “Allé, Julien”. Een stok bovenaan en één onderaan, houdt de vlag stokstijf, zodat deze enkele woorden duidelijk te lezen blijven.

        De ogen van Janneke die in het voorbijrijden aan dit bedenksel blijven hangen, trekken ook de ogen van Mieke naar deze aanmoediging. Mieke begint te schateren. Zo uitbundig dat Janneke zijn blik naar haar wendt en mee in een onbedwingbare lachbui schiet. Bijna ongecontroleerd draait hij aan het stuur en scheert rakelings naast de borduur op de hoek. Even verder krijgt hij met tranen in de ogen de auto opzij van de weg tot stilstand. Beide blijven nog even gieren tot Janneke zijn hoofd schudt, naar Mieke kijkt, nog even hikt en nu met een glimlach om de lippen Mieke haar lach tot bedaren ziet brengen. Ook zij blijft hem aanstaren met haar blinkende ogen en een glimlach op de lippen.

        Langzaam beweegt ze zich naar voren en drukt haar lippen halfgeopend op deze van Janneke. ‘Je hebt gelijk, deze wegen zijn veel leuker dan die ellendig eentonig lange autostrades, zonder afwisseling.’

VERLOREN GELOPEN

De lift stopt op de bovenste verdieping, waar ik woon. Een meisje van een jaar of vier is over en weer aan het lopen. Ken ik dat kind van ergens? Het kan geen kleinkind van mijn buren zijn, die ken ik. In een flatgebouw van veertien verdiepingen leven veel families. Teveel om iedereen te kennen.

        Het meisje zit er duidelijk mee verveeld dat ik haar zo aankijk. Hoe is ze hier gekomen?

        Terwijl ik de deur van mijn loft open, kijkt ze schuw en loopt in de richting van mijn buren. Zal ze dan toch?

        Alsof ik iets vergeten ben, sluit ik de deur en stap terug naar de lift. Op het laatste moment glipt ze tussen de sluitende deuren naast mij. Toen ik aankwam was er ook reeds feestgedruis via de liftkoker te horen. Nu klinkt dit nog iets feller. Moet het meisje daarheen? Ik druk een willekeurige verdieping.

Terwijl de lift naar beneden gaat, wordt het lawaai luider en luider. Wanneer de deur opent, dreunen de bassen en zie ik een gang vol stoelen rond een lange gedekte tafel. Een bruidssluier hangt vooraan tussen aangebroken flessen cava. Kan dat zomaar op een gang in een appartementsblok?

Het meisje hangt ondertussen aan het been van een duidelijk aangeschoten man.