BUURTVERHAAL


Ik zou eens iets spannend moeten schrijven, maar hoe doe je dat? Ik weet het, een verhaal op voorhand in gedachten hebben en weten waarmee je wil eindigen, zo zou het moeten zijn. Alleen vind ik dat het een probleem om vooraf te plannen. Ik schrijf te weinig en te traag om zo een heel opzet in mijn hoofd te hebben. Langere verhalen ben ik al wel in structuur beginnen neer te zetten, maar schrijvenderwijs moest ik hier toch constant wijzigingen in brengen. De ideeën bleven niet dezelfde route volgen. En om met een omweg terug naar een vooraf bedacht gegeven te komen, zou het een verhaal met kronkelingen worden waar geen wijs meer uit te geraken is. Vooraf een synopsis neerpennen, is misschien wel een goed idee, maar dan moet ik per hoofdstuk ook nog gaan indelen. Om dan aan de eerste versie te geraken, moet dit bijna gelijktijdig gebeuren. En zo zou ik dus een vat vol ideeën moeten zijn en mij een hele tijd moeten kunnen afzonderen om tot een groot geheel te komen. Moeilijk wanneer je samenwoont en aan ’t werken bent. Elke avond thuiskomen van de job en direct aan de schrijftafel kruipen voor een paar uur, zou mij te veel andere geneugten ontzeggen. Naar theater, film, concert of zo te gaan, zal me niet lukken voor een paar weken, maanden. Te gek om te proberen.
En dan het verhaal nog spannend maken ook. Over spannende kledij kan ik zo wel even schrijven, maar een plot bedenken is niet zo direct een optie, om die te kennen moet je een begin hebben. Een heel kader waarbinnen allerlei dingen kunnen gebeuren. Mijn omgeving opnemen en weergeven, dat zal wel lukken. Maar er andere personages in verhuizen en mogelijke gebeurtenissen die tot een ontknoping leiden, dat is niet zo eenvoudig. Zoeken naar een gegeven in de buurt met boten is zo een doorstoken kaart, dat er niet veel origineel te lezen zal zijn. Moet ik eerst nog iets over boten te weten komen om beschrijvingen correct te kunnen weergeven. Wanneer dit niet gebeurt, is er niets te correct te beleven. Dan wordt het verhaal ongeloofwaardig en flets. Het zou natuurlijk wel origineel zijn als ik het interieur van een boot als een huis beschrijf. Mogelijk is er niet veel verschil, wie zal het zeggen? Ik niet. Hoewel er vrienden op een boot wonen, vind ik die plaats niet mysterieus genoeg. Er zijn niet genoeg verborgen plekjes op die boot, voor zover ik weet. Waar kan je dan met een lijk terecht? Maar, moet er bij een spannend verhaal wel steeds een lijk zijn. Elke detectiveserie op TV tovert per aflevering een nieuw lijk. Eigenlijk is het wat afgezaagd, kan er neits origineler zijn zonder lijk. De suggestie misschien, zoals Hitchcock zo majestueus deed. Maar dan zit je wel met een moord, of althans de suggestie.
Zo zie je natuurlijk dat ik spannend onmiddellijk associeer met een lijk. Mogelijk lees ik teveel politieverhaaltjes, of zie ik te veel detectiveverhalen op TV. Tegenwoordig worden die ook als literair gesleten. De ene schrijft al wat opwindender dan de andere. Een mooie omgevingsituering geeft een leuke omkadering. De vraag die ik voor mezelf stel is of dit allemaal wel correct is. Van Jef Geeraerts weet ik dat die boeken verslond met detailgegevens, vooraleer het verhaal uit zijn pen vloeide. Zo heeft hij verschillende thema’s zeer geloofwaardig neer kunnen zetten. Mogelijk komt voor mij alles zeer snel als geloofwaardig over wanneer er voldoende randgegevens verwerkt worden. Met een goede fantasie is dat mogelijk, zolang het de draad van het verhaal niet stoort en de vaart van de vertelling niet hindert. En net daar zit voor mij het probleem. Als ik een plot zou bedacht hebben en hier een goede omkadering voor vind, zal het geen vijf pagina’s duren of de aap is reeds uit de mouw gekropen. Daar dan nog verdere ontwikkelingen aan geven is de edele kunst. Mensen op het verkeerde been zetten en ze een fout idee meegeven is mij niet zo direct gegeven. Mogelijk zijn er wel schrijvers die net op dezelfde manier als ik schrijven, want de onwaarschijnlijke wendingen die soms voorkomen om tot het laatste punt van het boek te komen, geven het idee dat de schrijver besefte dat een boek meer pagina’s moet tellen. Dit wordt dan ook literatuur genoemd, en daar heb ik dan een andere mening over. Heel de aanleiding, gebeurtenis en plot moeten boeiend genoeg blijven, zonder in het vergezochte te komen. Hoe begin je daar aan? Hoe laat je het verhaal boeiend lopen zonder teveel prijs te geven, en wanneer stop je? Moet je dit allemaal op voorhand bedenken of blijft de fantasie steeds voldoende opborrelen om tot een moment te komen dat je stilaan een geheim mag prijs geven? Hoe doet een goede schrijver dat? Dat blijft een mysterie, voor mij toch.  Verhaaltjes opbouwen lukt doordat ik dit in één dag, één moment opschrijf. Dezelfde stemming geeft ook een volledige lijn weer. Alle invallen passen in het geheel omdat ik mij dan geconcentreerd in één verhaallijn laat meevloeien. Ook wanneer er een inval door mijn hersens schiet, kan ik deze automatisch verwerken. Een bocht, weg van het idee, kan zonder problemen worden genoteerd en geïmporteerd, zodat later terug de snelbaan van het oorspronkelijke verhaal wordt afgewerkt. Maar ja, het gaat over amper vijf pagina’s. te gek om dan over een verhaal te praten.
En gebeurt er dan zo niet iets in ’t echt, zou je kunnen vragen. Dat is spijtig genoeg een vraag waar ik het antwoord schuldig moet op blijven. Zoveel rondlopen in de buurt, doe ik niet. Het is al een hele prestatie dat ik regelmatig naar een café achter de hoek trek. In mijn vorige woonst ging ik wel verder om een café te bezoeken. Nu is dat café waar ik graag kom voor de sfeer, zo dichtbij. Een klein cafeetje waar twintig mensen binnen kunnen en waar nooit echt meer volk zit. Wanneer dit zou zijn, zou er geen zitplaats meer zijn. Dan ben ik te oud geworden om altijd recht te staan. En in een café hangt geen bordjes, zoal in tram en bus, om ouderen te laten zitten.
Trouwens, ik ben daar niet altijd alleen, en je moet toch wel iets tegen elkaar kunnen vertellen. Ons op verschillende vrije plekken nestelen is dan zeker de boodschap niet. Naar een café ga je om de gezelligheid, om met mensen een gezellig onderonsje te hebben, bij te praten over iets. Soms heb je een toevallige ontmoeting. Dit lukt natuurlijk niet zomaar, en in een klein café zal het moeilijker zijn iemand tegen te komen dan in een groot etablissement.  Hier is natuurlijk wel het voordeel dat het mensen uit de buurt zijn, of minstens iemand kennen die hier woont. Momenteel is het me echter nog niet voorgekomen dat er over een gebeurtenis in de omgeving gepraat is. Wel over plannen van de stad met gebouwen en zo? Maar is daar iets spannend over te schrijven? wanneer de plannen wat voorbarig bleken, is dat natuurlijk te vermelden, maar dat is een faits divers. Omstandigheden die tot de wijzigingen van de plannen hebben geleid zouden misschien boeiend kunnen worden. Hoewel, meestal zal dit een politiek afsnoepen worden, waardoor dit eerder voer voor een column is dan voor een verhaal. En toch zijn er schrijvers die met zo een idioot gegeven beginnen en daar een hele fictie rond bouwen. Komaan fantasie, waar blijf je?
*****************
Elise, de roddeltante van de buurt wist me vanochtend te vertellend dat er eindelijk een bakker in de straat zal komen. Het klinkt ongeloofwaardig, want wie durft het momenteel al te riskeren om in deze buurt, waar wel veel gebouwd en gerenoveerd wordt, een bakkerij te beginnen. Trouwens, net over de brug in de Londenstraat is een zeer gekende bakkerij, die ’s morgens reeds zeer vroeg open is en vanaf dat moment ook steeds goed te doen heeft. Voor mij zou het niet slecht zijn dat er een andere bakker komt, want Kris, zoals deze in de Londenstraat heet, heeft mij niet bekoord de keren dat ik er brood ging kopen. Allemaal van dat makkelijk plat te drukken brood en het bruine brood heeft zo’n lichte teint dat er met een vergrootglas naar het betere koren moet gezocht worden. Ik hou van donker roggebrood, niet te luchtig gebakken. Zeer stevige sneden waar een beet aan is, zo kan ik genieten. Alleen de pistolet met kaas was te doen, vond ik. Zeer voordelige prijs, welke wel te zien was aan het halve sneetje Gouda dat de pistolet niet volledig bedekte. Dan betaal ik toch liever meer om zeker beleg te kunnen proeven. Ach, daar verwen ik mij ’s zondags dan maar zelf mee. Wanneer we een gewone zondag hebben, slapen we wat langer en gaat één van ons beide een bakker bezoeken voor enkele hele bruine pistolets. Liefst verschillende soorten, zodat er aan de tafel ook nog moet gekozen worden. Daarbij nemen wij graag een keuze uit kazen en groentepasta’s. Rijkelijk zullen we deze op de pistolet uitsmeren, zodat naast de groffe smaak van donkere granen de fijnere smaak van de kaas of groente ten volle zijn temperament laat proeven. Heerlijk om zo rustig de tijd te kunnen nemen en van de maaltijd te genieten. En om dat te kunnen hebben wij dus reeds verschillende bakkers moeten proberen. Tot aan het Sint-Jansplein moeten wij nu lopen om hartige broodjes te vinden. Op zondag is niet elke zaak open, en die van de Paardenmarkt is vorige week voor de tweede keer in korte tijd gesloten. We hoopten dat deze geranten het langer zouden uithouden, want zij hadden een keuze tussen vijf appetijtelijke soorten. Soms brachten we zelfs een brood mee, twee soorten waren ook best te eten. Spijtig genoeg zullen er teveel klanten zoals wij zijn geweest. Alleen de zondag opendoen, rendeert niet. Niet dat we de andere dagen, zoals veel collega’s, steeds belegde broodjes gaan kopen in de buurt van ’t werk. Neen, de afwisseling die daar in zit bekoort ons niet. Af en toe , wanneer we niets meer in huis hebben, zal ik wel eens zo’n broodjeszaak bezoeken. Toch vind ik meestal de kwaliteit van het Franse brood niet hoogstaand. En telkens moeten zeggen dat de mayonaise echt niet hoeft, geeft mij de neiging om die zaken links te laten liggen en bij de bakker ernaast een paar koffiekoeken te kopen. Ik besef ten volle dat dit zeker geen dagelijks alternatief is, maar die lust ik meer dan de meeste broodjes. Voor het lekkere brood heb ik wel verschillende bakkers op weg naar ’t werk, met elk één eigen soort dat ons bekoort. En zo krijgen we ook variatie, natuurlijk. Maar als er nu een goede bakker in de straat komt, zoals Elise zegt, wil ik ’s morgens wel iets vroeger opstaan om de winkel te bezoeken. Ik kijk ernaar uit in de hoop dat er werkelijk goed brood te vinden zal zijn. Als de winkel er komt, want die Elise kan dat wel vertellen, over het waarheidsgehalte van haar heb ik toch mijn twijfels. Dagelijks gaat zij een paar keer wandelen met haar hondje. Voor zover ik weet is dat zowat haar enige bezigheid. Mogelijk doet ze nog wel iets voor haar moeder, maar dat moet dan toch wel een zeer oude dame zijn. Ze heeft me ook al wel zeer veel verteld, maar ik kan niet meer zeggen wat precies. Af en toe wil ik wel een luisterend oor zijn, er van weglopen vind ik zo onbeschaamd. Echt geïnteresseerd ben ik toch niet, maar over het leven in de buurt wil ik toch ook wat weten. De bouwpromotor die de kantoorbuilding tot een volledige woon- en kantoorbuilding wil uitbouwen, heeft ook al een lastige tante aan haar gehad. Zij heeft het initiatief genomen om buurtvergaderingen te organiseren, waarmee een protest naar de Raad van State is gestuurd. Natuurlijk zijn alle mensen van de building van de Bataviastraat verontwaardigd dat de straat half bebouwd zou worden en het bestaande uitzicht naar het Bonapartedok bijna volledig zal verdwijnen. Ook de lichtinval zal verminderen, waardoor het appartement anders zal moeten worden ingericht om voldoende zonder kunstlicht te kunnen leven. En zeg nu zelf, bij de overburen binnenkijken is geen lachertje. Kan misschien leuk zijn om verhalen te hebben om in de buurt rond te bazuinen, maar wanneer dit gebeurt doordat er bij jou is binnen gekeken, zal dit veel onaangenamer zijn. Dit heeft Elise mij natuurlijk niet op deze manier vertelt, zoveel zelfkennis geef ik haar niet. De babbeltjes zijn tot hiertoe meestal over deze gebouwenuitbreiding geweest. Zij woont hier tenslotte al van voor het moment dat haar huidige appartement in de Bataviablok gebouwd is. Zij heeft heel de buurt nog meegemaakt als oude uitloper van de haven. Toen de hoeren nog meer straten innamen aan de overkant van het dok, en de matrozen van de lange omvaart nog een paar dagen in de haven bleven, woonde zij in de oude noordelijke buurt van Antwerpen. Toen was dit een wijk die niet gegeerd was. Alleen buitenlandse matrozen kenden deze omgeving op weg naar de rode lichtjes. De inwoners van de stad kenden alleen de bocht van de Italiëlei die de auto’s uit de stad naar de Luchtbal leiden. De glorietijd van Opel op plant 1 was nog in volle gang, er kwamen zelfs nog regelmatig schepen tot de oudste dokken. Niet meer om te lossen, maar om te wachten op een nieuwe vracht. Ondertussen konden de matrozen zich verpozen bij de lichte dames. De Antwerpenaars durfden per uitzondering in de buurt te komen om te kijken naar de speciale omgeving, van horen zeggen. En natuurlijk was het Rode Plein gekend. De Russen verkochten hier alle mogelijke sieraden, horloges, zilver, goud, tegen onmogelijke prijzen. Het waren geen goederen uit de haven die naast de boot waren gevallen, maar wel goederen die een eigen weg gevolgd waren. De tijd bestond nog niet dat de politie meer in de straat aanwezig moest zijn. Een verdwaald zwaailicht werd per ongeluk opgemerkt tussen de schuivende wagens in de straten met de rode lichtjes. Hun blauw licht gaf de variatie en de ambiance in de straat. De kuieraars keken even weg van de vitrines met toen soms nog volledig ontblote schoonheden. Waar is de tijd dat dit van horen zeggen was? Waar is de tijd dat ik er nog niet kwam? Hoewel, toen leverde ik benodigdheden in de typische Belgische eetgelegenheden. Tweemaal per maand zette ik een kleine lading af in een zaak op het Van Schoonbekeplein. Soms nam ik de tijd om de mannelijke voyeuristische behoeftes te beoefenen, meestal had ik de tijd niet om deze langzaamaan actie mee te beoefenen, en moest ik een vluchtweg gebruiken.
Onze buurt is nu al een tijdje uit de as herrezen. Guido Belcanto heeft wel mee actie gevoerd tegen de verburgerlijking van het oudste beroep. Hoewel ik hem een goede zanger vind, en het ook zeer leuk vind dat hij de kant van de geschoffeerde beroepsneuksters kiest, moet ik zeggen dat ik blij ben dat de ramen nu properder zijn, de straat afgesloten voor stankmakers en de controle op de kwaliteit en de gezondheid van de niet meer illegaal werkende is toegenomen. Er is nog altijd een probleem met de verschillende nationaliteiten en met het beroep of bijverdienste. Dezelfde soort komt nog steeds op bezoek, alleen de matrozen zijn jammer genoeg verdwenen. Zij krijgen de tijd niet meer voor een verzetje. Money, money, money, dat is nog het enige dat telt in de scheepvaart. Mogelijk verdienden de werkers ook niet meer voldoende om in de havens van Jan te gaan. Hierover kan ik niet meespreken, maar de charme van een havenstad is met het verdwijnen van zwalpende matrozen een beetje uit de straten verdwenen.
Bij de hoeren zullen er nu andere nationaliteiten zijn, en naar ik soms lees blijft het een mensenhandel. Wat daarmee gebeurt op het moment, blijft voor mij ook een duister verhaal.
Deze verhalen hoorde ik ook niet van Elise. Zij bleef over het probleem van de building praten. Dat gegeven kon haar niet loslaten en zij was er fier op dat er een vraag naar de Raad van State was. Dan zal het allemaal wel goedkomen, heeft de advocaat, zoals gebruikelijk, gezegd. Voor de stad Antwerpen zal het ook des te beter zijn dat ze tevreden inwoners heeft. Dat deze stad reeds een toelating gegeven heeft, en daar financieel voordeel mee wil halen, dat wil onze betweter niet geweten hebben. En telkens ik haar met haar zwart hondje aan zie komen, bereid ik me voor op een zoveelste herhaling.
Maar vandaag wil ik een andere plaat horen, de toekomstige bakker interesseert mij veel meer.
          Weet jij wanneer de zaak zal opengaan, Elise?
          Dat zou voor volgende maand zijn, hebben ze mij verteld.
          Vreemd, en waar zou die zaak dan komen? Ik zie weinig verandering aan de interieurs beneden.
          Je gaat er van verschieten, jongen. Het zal vlakbij zijn.
Vroeger, tot net voor wij het appartement kochten, was er op de hoek van ons straatje een buurtwinkel Irene. Die is jammer genoeg verdwenen en zou plaats maken voor gerenoveerde appartementen. Veel verschil sinds de sluiting heb ik nog niet gemerkt en wie weet wordt de winkel terug in gebruik genomen. Dat zou inderdaad vlakbij zijn en dan kan ik, indien nodig, ’s morgens brood gaan halen. Het huis kon Elise echter niet zeggen, zodat ik toch mijn twijfels over de correctheid van haar informatie heb. Voor de rest ken ik niemand waar ik die nieuwtjes kan bij controleren.
Graag ben ik wel van Elise verlost na deze nietszeggende informatie of de herhaling over haar prestatie komt terug ter sprake.
          Elise, ik moet naar binnen. Ik weet dat ik nog naar de winkel moet, maar ‘k moet nog een lijstje maken.
          Doe jij dat ook! Ik moet dat ook doen. Anders ben ik sowieso wat vergeten.
          Ik ook Elise. Salut, tot de volgende.
Snel wend ik me van haar af om de deur te openen en uit haar zicht te verdwijnen. Eigenlijk heb ik niets nodig en wilde ik naar de stad. Dit was echter de veiligste manier om van de commentaar verlost te zijn. Nu ik thuis ben beland, is de zin om de stad in te trekken over en kruip ik met een boek in de zetel.
*******************
Een week later werd inderdaad begonnen met allerlei toestellen binnen te brengen in een benedenverdieping aan de overkant in de Nassaustraat. Wat er binnen gebeurt, is niet waar te nemen omdat een doek achter de ruiten de doorkijk belemmerd.
*******************
Aan het Willemdok wordt ook hevig gewerkt om café Cappuccino te veranderen. Dat heeft altijd een vreemd oord geweest waarvan de openingsuren mij niet bekend waren. Soms lukte het op normale uren om binnen te geraken en dan hadden we van de gelegenheid gebruik gemaakt om een pint te gaan drinken. De caféhouder was van Oelegem en hij bracht van daar het plaatselijke bier, Titsenbier, mee. Dat was zeker voor mij de aantrekkingspool. Een blond bier met een uitstekende smaak dat op niet veel plekken te verkrijgen is, is voor mij zoals melk voor een kat. Ik heb er nooit iets anders gedronken.
Hoewel het vreemde openingsuren had, schijnt het café wel zeer gekend geweest te zijn. Aan volk ontbrak het niet, maar toch is het nu een tijd gesloten geweest. Mogelijk willen ze op een meer geordende manier beginnen? Zo zou de horeca terug uitgebreid worden naar twee zaken, vlak bij elkaar. Net om de hoek is een restaurant. Het bezoek dat wij met een vriendin deden, aangespoord door een voordeelbon dat zij in een reclameblad had gevonden, gaf ons een slechte indruk. De menu op de bon hebben wij geen van ons drieën genomen, maar mogelijk hadden we dat beter wel gedaan om waar voor ons geld te krijgen. De prijs was te hoog voor de geleverde kwaliteit. Maar het was een mogelijkheid om leven in de buurt te krijgen. Deze zaak kreeg blijkbaar van de meeste klanten dezelfde waardering als van ons. Eenmaal proberen is voldoende. Alleen bovenburen hebben we er meer gezien. Mogelijk omdat zij liever op restaurant gaan, dan zelf te koken. Als we ze niet hier zien, gebeurt het regelmatig dat we ze in een ander restaurant zien wanneer we passeren.
******************
De bakkerszaak en dit restaurant verdwenen bijna gelijktijdig. Ik hoorde zeggen dat de restaurantuitbater een openstaande rekening bij de bakker achterliet, waardoor deze het nog moeilijker had de rekeningen van de leveranciers te betalen. Als je grootste klant, weigert te betalen, ben je snel de pineut natuurlijk.
Weg was dit begin van leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *