SONNET 3

haar lichaam lijkt volle rijke aarde
de hele pracht tot ontdekken bereid
met de mooiste rondingen van waarde
mijn zinnen worden prikkelend geleid

verleidelijk ligt ze op bed gevlijd
sterke hoogtes, zachte laagtes ontwaard
smekend van verlangen wijd en zijd
vochtig en warm als een open haard

kom nader, voel, betast, bemachtig
alle remmen los, kort en krachtig
mannelijkheid gaat over lijken

begeerte, wellust niet in te dijken
roekeloos zonder enig respect
het vrouwtje verdwijnt, is geen lustobject