MONTENEGRO (CRNE GORE)

Vredig stapt de Montenegrijn. Vijf mensen kijken, twee verleggen een paar stenen. Een jongen staat aan de mortelmolen, drie mannen rijden met de kruiwagen af en aan en lossen hun vracht boven een ijzeren raster waar twee mannen met een houten balk gelijkheid in de beton trekken. Opzij daarvan zitten twee jonge gasten alles op hun dooie gemak te bekijken.
Verder weg op onze wandeling komen we een starende boer tegen. Vijf koeien zijn koel water uit een beek langs de weg aan het drinken. Een hoofdknik en een “hello” van ons wordt toch beantwoordt met een korte hoofdbeweging. Wanneer we vijfhonderd meter verder een bocht genomen hebben, is het standbeeld langzaam in beweging gekomen. Ook de koeien zijn van plaats gewisseld.
Aan een huis komen we twee mannen tegen, een jongere en een oudere, waarschijnlijk vader en zoon, in gesprek. De oudste steekt zelfs een hand op en zegt iets onverstaanbaars. Wij knikken weer met een “hello”. Verder kan een conversatie niet geraken. Wanneer we een volgende dag een liftend ouder koppel meenemen, blijft ons gesprek beperkt tot het opnoemen van plaatsen. De man vroeg ons wel naar onze herkomst, maar wist alleen Duitsland liggen. België noch Brussel was hem bekend. De prachtige vallei waar we langsreden werd door hem wel benoemd. Ik kon alleen mijn duim omhoog steken en “beautiful” zeggen. Spijtig genoeg moest ik de kronkelende weg te erg in het oog houden, zodat de mooie omgeving slecht in glimpen tot mijn gezichtsveld behoorde. Hier was er wel meer snelheid in de bewegingen van de bewoners. Met de auto probeerden ze onnodige, soms zeer gevaarlijke inhaalmanoeuvres te passeren op onmogelijke plaatsen. Dat kon dan fout uitkomen, waardoor ze stevig moesten afremmen en invoegen. Wanneer ze één cent per overschrijding van de doorlopend witte streep zouden moeten betalen, waren ze nog een pak armer dan in het land nu al normaal is.
Dan maakten wij toch liever wandelingen op die soms steile bergruggen. Steeds wisselde het landschap. Aan de overkant nog veel sneeuw. Langs ons pad lagen er nog wel bepaalde stroken, maar we geraakten verrassend hoog.
De eerste week konden we nog een volledige tocht van wel vijftien kilometer maken, volledig over de sneeuw.  De tweede week van de vakantie werden we weerhouden door het verbeterde weer. Telkens de voeten terug uit zeker twintig centimeter sneeuw trekken, is veel te vermoeiend om hogerop te geraken.
Het hogere witte landschap net naast een neerstromend riviertje was zeker het fotograferen waard, toen de zon de kleurtinten nog meer accentueerde. Jammer dat er geen verhoogd plekje was, zodat we droog hadden kunnen blijven zien.
Montenegro, een wonderlijk land. De natuur echt onwaarschijnlijk mooi, de bergen onherbergzaam met kloven, hoogteverschillen van jewelste, pure natuur.
Op de wandelingen kwamen wij wel op de mooiste plekken toch overal vuilnisbelten tegen. De stromen brachten van hogerop losse plastic, die overal bleef achter hangen. De bewoners beseffen niet hoe prachtig ze hun omgeving zouden kunnen presenteren.  
Waar ze hun geld vandaan halen, konden wij ons ook niet voorstellen. Echt veel bedrijven hebben we niet gezien, en we hebben toch een mooie rondrit gemaakt. Veel wegen zijn er ook niet, vanuit de zee gaat de berg soms pal naar boven, waardoor er hogerop soms maar zeer kleine bergdorpen zijn. De mensen daar leven echt nog primitief, en laten daardoor alles rondslingeren.

Jammer, maar het ontdekken waard, als je niet op luxe ingesteld bent.