SNEEUW

Wat is het heerlijk om nog eens door de sneeuw te kunnen lopen, verschillende dagen na elkaar. Goed in onthouden van data en momenten ben ik niet. Toch kan ik met zekerheid zeggen dat we vorig jaar ook een korte periode hebben gekend, maar daarvoor was het ontzettend lang gelden dat ik de sneeuw tijdens verschillende dagen kon betreden.
Van de koude wind, de sneeuw en de koude aan de voeten, daar kan ik nu warempel van genieten. Als de regen en ander guur weer een tijd aanhoudt, zit ik meestal te snakken naar beter weer. Het mag dan ook weer niet te heet worden, daar wordt ik soms duizelig van. De meeste mensen zijn toch het meest tevreden met een warme zon op hun bol.
En nu stap ik hier met plezier door de sneeuw. Zelfs in de stad zijn de voetpaden in sommige straten nog voldoende bedekt om niet op een schaatsbaan te belanden. Handen omzwachteld met fleece handschoenen, een pet op mijn hoofd en onder mij winterjas toch nog een dikke trui, zo loop ik naar mijn afspraak.
Jammer genoeg mag ik zo maar niet een sneeuwbal maken en weggooien naar een voorbijganger. Ik vermoed dat dit niet met een lach of met een retour zal begroet worden. Dit risico durf ik dus niet te nemen. Wat zou ik het toch graag doen, en eventueel heel wat sneeuw van alle kanten, in de vorm van ballen, moeten ontvangen. Zou het niet prettig zijn dat we de niet aflatende luiaards achter het stuur, een schouwspel gunnen van mensen die eens vrij uit de bol gaan in een sneeuwgevecht.  Een mooie droom.
“Mijnheer, hebt u misschien een paar centen voor mij?” een jong meisje vraagt mij dat met ogen waar de hoop uitspreekt. Terwijl ze deze paar woorden sprak, zag ik haar gebit waar verschillende gaten in zitten. Een leeftijd kan ik haar niet geven, maar een schatting van rond de twintig durf ik toch te doen. Zo jong en reeds op de bedeltoer.
“Mijnheer, ik ben dakloos en daarom zou ik graag een paar centen krijgen, zodat ik vanavond in het warm opvangcentrum kan overnachten.” “Zo, en hoe ben jij dakloos geworden?” Ik kan het niet laten het haar te vragen. Welk motief heeft zij gehad om niet meer thuis te wonen? Hoe is ze op de straat terecht gekomen, en is dat wel zo? Argwanend ben ik niet, maar toch weet ik graag wie of wat ik ondersteun.
“Ik ben vroeg in de drugs beland, mijnheer.” Vandaar dat geschonden gebit. “Ik ben er nu al wel een tijd vanaf, maar niemand laat mij binnen met mijn verleden. Ze geloven nooit dat ik volledig clean ben. En zo moet ik dus proberen rond te komen en toch iets te hebben voor mijn kleine. Gelukkig kan ik ’s avonds in De Biekorf terecht voor drie en een halve euro.” Heeft ze in alle roekeloosheid zo vroeg reeds een kind gekregen. En dat zij ergens zou kunnen beginnen werken, geloof ik inderdaad ook niet. Niet alleen omdat ze verdacht wordt van toch nog drugs te gebruiken, maar geen diploma hebben, betekent in deze tijd bijna zeker geen kans op een job.  Ik haal mijn kleingeld boven maar constateer dat het nog geen euro is. Uit mijn portefeuille haal ik een briefje van vijf euro. Verwonderd voor het briefje neemt zij mijn hand en blijft mij maar bedanken.
Ik wens haar niet te kwetsen en ga snel verder naar mijn afspraak.
Even is het plezier weg van mij goed te voelen in de koude. Ik kan overal in de warmte duiken om iets te consumeren en straks zit ik warm thuis.
Had ik haar niet kunnen vragen met kerstmis bij ons te komen eten of zo? Was dit geen goed idee geweest, of zou het voor mezelf beter zijn een vrijwilligerswerk te zoeken om meer in het algemeen te gaan helpen?
Met het thuis uitnodigen zou ik mezelf pijn doen op het moment da ter afscheid moet genomen worden. En is het omdat zij nog een jong meisje is en er nog verzorgd genoeg uitziet dat ik daaraan denk? Zou ik dan niet beter ineens een kersttafel inrichten?
In gedachten kom ik bij mijn vriendin en gaan we samen een kerstcadeau kiezen voor onze zoon.

© Luc Van Roosbroeck – december 2013